opdat
uw gebeden niet belemmerd worden
Hebt u ook wel eens het gevoel dat er iets is wat uw
gebeden verhindert? U wordt ervan weerhouden om te bidden. Of u bidt wel, maar u
ervaart geen verhoring. Welke belemmeringen kunnen ons gebed in de weg staan?
1. Een eerste
belemmering is: denken dat we geen tijd hebben. Tijd hebben is vaak een kwestie
van tijd maken. Tijd is prioriteit! Hier speelt zich een geestelijke strijd af.
Luther zei al: ‘Als jij knielt, dan komt de duivel naast je zitten.’
2. Soms zijn de omstandigheden er niet naar om te bidden, bijvoorbeeld omdat het
lijden, de pijn te groot is. Dan kun je niet meer bidden. Of het bidden beperkt
zich tot een klacht, een aanklacht, een noodkreet, een schreeuw naar God. Veel
psalmen zijn hiervan een voorbeeld.
3. Anderen ervaren vooral drempels bij het bidden in groepsverband. Ze zijn het
niet gewend. Is ‘zomaar’ gaan bidden niet oneerbiedig? Soms is men niet
vertrouwd met God als Vader en Vriend, bij wie je zomaar kunt aankloppen.
4. Sommige gebeden worden niet verhoord, of anders verhoord dan we hadden
verwacht. De Bijbel reikt ons diverse antwoorden aan op de vraag waarom sommige
gebeden niet verhoord worden:
a. We zijn niet bereid de consequenties van ons gebed te dragen. Hoe zou je
bidden voor de nood van de wereld, als je zelf niet bereid bent de handen uit de
mouwen te steken (Jes. 58:1
14)? Het gebed kan een werkbriefje zijn, waarmee we zelf aan de slag moeten.
b. Hoe kun je God bidden om vergeving, als je zelf niet bereid bent anderen te
vergeven? Met een gebrek aan vergevensgezindheid staat de verhoring van onze
gebeden op het spel. Niet toevallig zegt Jezus hier iets over in verband met het
Onze Vader (Mat. 6:14
15, 5:23
24).
c. Soms is het zo dat wij onze zonden niet belijden, maar verstoppertje spelen
voor God. Ook dit kan de verhoring van onze gebeden in de weg staan (Jak. 5:16,
Jes. 59:1
2, Ps. 32). Dit kan ook een collectieve schuld zijn, die we als kerk en
christenheid met ons meedragen. Indrukwekkende voorbeelden van plaatsvervangend
schuldbelijden, namens het hele volk, namens de vorige generaties, vinden we in
Daniël 9 en Nehemia 9.
5. Soms dienen we met ons gebed alleen onze eigen belangen en niet de belangen
van het Koninkrijk van God. Natuurlijk mogen we bidden voor onze eigen noden en
verlangens (Fil. 4:6). Maar we bidden het ‘in Jezus’ naam’. Dit betekent
niet dat we elk gebed per se met deze zinsnede moeten afsluiten, als een soort
magische formule. Bidden in Jezus’ naam betekent dat Jezus tegen ons zegt:
“Bid zo, dat Ik er mijn wil en mijn hart aan kan verbinden; bid zo, dat Ik
jouw gebed kan overnemen.”
6. Ook onze levenswandel kan een belemmering zijn voor het gebed. Petrus
schrijft dat in verband met de huwelijksrelatie. Hij roept mannen op hun vrouw
eer te bewijzen ‘opdat uw gebeden niet belemmerd worden’ (1 Petr. 3:7). Soms
willen we niet leven naar Gods beloften en geboden, maar lopen we liever de
moderne afgoden achterna (Ez. 14:1
5, 1 Joh. 3:21
23).
7. Er is geen volharding. We verslappen en houden na verloop van tijd op voor
iets te bidden. Jezus leert ons in twee gelijkenissen om aanhoudend te bidden,
om door te gaan met vragen, tot op het onbeschaamde af (Luc. 11:5
13, 18:1
8).
8. Tot slot kan het ook zijn dat Gods wil en weg anders zijn dan we in gedachten
hebben. Daarom bidden we onder voorbehoud: ‘Niet mijn wil, maar uw wil
geschiede.’
Dit artikel is eerder gepubliceerd in 'Veelkleurig bidden'.
Gebed
aanvragen
Bidders
gezocht
