Oude Bijbel

Start Zoeken

 

Start

Dagteksten  
uit de NBV vertaling

Inhoudsopgave

  1. Zondag

  2. Maandag
  3. Dinsdag
  4. Woensdag
  5. Donderdag
  6. Vrijdag
  7. Zaterdag

Oude Bijbel

Zondag 25-07-2010

Jeremia 32:16-25

16 Nadat ik het koopcontract aan Baruch, de zoon van Neria, gegeven had, bad ik tot de HEER: 17 “Ach HEER, mijn God, u hebt met uw grote kracht, met uw machtige arm, de hemel en de aarde gemaakt. Voor u is niets onmogelijk. 18 U bewijst uw liefde aan duizenden, u laat voor de schuld van de ouders ook de kinderen boeten, u bent de grote, machtige God, uw naam is HEER van de hemelse machten. 19 Uw besluiten zijn indrukwekkend, uw daden machtig. U let aandachtig op de levensweg van de mensen en beloont ieder naar zijn daden. 20 U hebt in Egypte tekenen en wonderen verricht, en verricht die tot op de dag van vandaag in Israël en onder heel de mensheid, zodat uw naam nu overal gevestigd is. 21 U hebt uw volk Israël met angstaanjagende tekenen en wonderen uit Egypte weggeleid, met sterke hand en opgeheven arm, 22 en u hebt hun dit land gegeven, dat u hun voorouders onder ede had beloofd: een land dat overvloeit van melk en honing. 23 Uw volk trok het binnen en nam het in bezit, maar gehoorzaamde u niet. Ze leefden uw wet niet na, volgden uw geboden niet op. Daarom werd deze ellende hun deel. 24 De belegeringswal reikt al tot de stadsmuur, de stad staat op het punt te worden ingenomen. Ze valt in handen van de Chaldeeën, die haar bestormen. Het zwaard, de honger en de pest brengen haar ten val. Wat u hebt aangekondigd, ziet u nu zelf gebeuren. 25 Toch hebt u, HEER, mijn God, mij gezegd de akker te kopen en in aanwezigheid van getuigen te betalen. En dat terwijl de stad in handen van de Chaldeeën valt.”

Terug naar begin

Maandag 26-07-2010

Jeremia 32:26-35

26 Hierop richtte de HEER zich tot Jeremia: 27 ‘Ik ben de HEER, de God van al wat leeft. Is er ook maar iets dat voor mij onmogelijk is? 28 Dit zegt de HEER: Ik geef deze stad in handen van de Chaldeeën, koning Nebukadnessar van Babylonië zal haar innemen. 29 De Chaldeeën, die de stad bestormen, zullen haar binnendringen en haar platbranden: alle huizen waar de Israëlieten op de daken voor Baäl wierook hebben gebrand en aan andere goden wijnoffers hebben gebracht. Ze hebben me daarmee gekrenkt. 30 Israël en Juda hebben van meet af aan gedaan wat slecht is in mijn ogen. Israël heeft mij voortdurend gekrenkt met wat het zelf gemaakt heeft – spreekt de HEER. 31 Jeruzalem heeft, vanaf de dag dat het werd gebouwd tot op de dag van vandaag, voortdurend mijn toorn gewekt. Daarom vaag ik het weg. 32 Israël en Juda, de koningen, leiders, priesters en profeten, alle inwoners van Juda en Jeruzalem, hebben al het mogelijke kwaad gedaan en mij daarmee gekrenkt. 33 Ze hebben mij niet gehoorzaamd, maar mij de rug toegekeerd. Hoewel ik hen telkens weer onderwees, luisterden ze niet naar mijn terechtwijzingen. 34 Ze hebben de tempel waaraan mijn naam verbonden is met gruwelijke afgodsbeelden ontwijd, 35 en in het Hinnomdal offerhoogten voor Baäl gebouwd om er hun zonen en dochters aan Moloch aan te bieden. Ze hebben Juda met die gruweldaad tot zonde aangezet. Ik heb dat nooit geboden, ik heb dat nooit gewild.

Terug naar begin

Dinsdag 27-07-2010

Jeremia 32:36-44

36 Maar toch – dit zegt de HEER, de God van Israël, over deze stad, waarover jullie zeggen: “Door het zwaard, de honger en de pest valt ze de koning van Babylonië in handen”: 37 Ik zal de inwoners samenbrengen uit alle landen waarheen ik ze in mijn grote woede en toorn verdreven heb, ze terugbrengen naar deze stad en ze er in vrede laten wonen. 38 Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn. 39 Ik zal hen één van hart en één van zin maken, zodat ze altijd ontzag voor mij zullen hebben en het hun en hun nageslacht goed zal gaan. 40 Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, ik keer mij nooit meer van hen af en zal hen altijd zegenen. Ik zal hen met ontzag voor mij vervullen, zodat zij zich nooit meer van mij zullen afkeren. 41 Ik zal er weer vreugde in vinden hen te zegenen en zal hen voorgoed in dit land planten. Met hart en ziel zal ik dat doen.
42 Dit zegt de HEER: Zoals ik over dit volk al dit grote onheil heb gebracht, zo zal ik het al het goede brengen dat ik hun beloof. 43 Jullie zeggen dat dit land een woestenij is, zonder mens of dier, en dat het in handen van de Chaldeeën gegeven is, maar er zullen weer akkers worden gekocht. 44 Men zal ervoor betalen en in aanwezigheid van getuigen koopcontracten opstellen en verzegelen, in het gebied van Benjamin, in het gebied rond Jeruzalem, in de steden van Juda, van het bergland, het heuvelland en de Negev. Want ik zal hun lot ten goede keren – spreekt de HEER.
 

Terug naar begin

Woensdag 28-07-2010

Lucas 11:37-44

Confrontatie met farizeeën en schriftgeleerden
37 Toen hij uitgesproken was, nodigde een farizeeër hem uit voor de maaltijd. Hij ging naar binnen en ging aan tafel aanliggen. 38 Toen de farizeeër dat zag, verwonderde hij zich erover dat hij zich niet eerst gewassen had voor de maaltijd. 39 Maar de Heer zei tegen hem: ‘Ach, jullie farizeeën! De buitenkant van de beker en de schotel reinigen jullie, maar jullie eigen binnenkant is vol roofzucht en slechtheid. 40 Dwazen, heeft hij die de buitenkant gemaakt heeft niet ook de binnenkant gemaakt? 41 Geef liever de inhoud van beker en schotel als aalmoes, dan is niets meer onrein voor jullie! 42 Maar wee jullie farizeeën, want jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de gerechtigheid en de liefde tot God; je zou het een moeten doen zonder het andere te laten. 43 Wee jullie farizeeën, want jullie zitten graag op een ereplaats in de synagoge en worden graag begroet op het marktplein. 44 Wee jullie, want jullie zijn als ongemarkeerde graven waar de mensen overheen lopen zonder het te weten.

Terug naar begin

Donderdag 29-07-2010

Lucas 11:45-53

45 Daarop zei een wetgeleerde tegen hem: ‘Meester, door die dingen te zeggen beledigt u ook ons.’ 46 Maar Jezus zei: ‘Wee ook jullie, wetgeleerden! Want jullie leggen de mensen ondraaglijke lasten op, maar raken die zelf met geen vinger aan. 47 Wee jullie, want jullie bouwen graftomben voor de profeten, terwijl jullie voorouders hen hebben gedood. 48 Jullie zijn getuigen die instemmen met de daden van jullie voorouders, want zij hebben hen gedood en jullie bouwen de tomben! 49 Daarom heeft God in zijn wijsheid gezegd: “Ik zal profeten en apostelen naar hen zenden, maar ze zullen sommigen van hen doden en anderen vervolgen.” 50 Voor het bloed van al de profeten dat sinds de grondvesting van de wereld vergoten is, zal van deze generatie genoegdoening worden geëist, 51 van het bloed van Abel tot het bloed van Zecharja, die omkwam tussen het brandofferaltaar en het heiligdom. Ja, ik zeg jullie, van deze generatie zal genoegdoening worden geëist! 52 Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden.’ 53 Toen hij het huis verliet, waren de schriftgeleerden en de farizeeën uitzinnig van woede; ze begonnen hem over van alles uit te vragen,

Terug naar begin

Vrijdag 30-07-2010

Lucas 12:1-12

Onderricht aan de leerlingen en de menigte
12
Intussen had er zich een enorme menigte verzameld. De mensen verdrongen elkaar, maar hij richtte zich eerst tot zijn leerlingen: ‘Hoed je voor de zuurdesem, dat wil zeggen de huichelarij van de farizeeën. Niets is verborgen dat niet onthuld zal worden, en niets is geheim dat niet bekend zal worden. Alles wat jullie in het duister zeggen, zal in het licht worden gehoord, en wat jullie binnenskamers in iemands oor fluisteren, zal vanaf de daken bekend worden gemaakt. Tegen jullie, mijn vrienden, zeg ik: wees niet bang voor degenen die het lichaam kunnen doden, maar niet tot iets ergers in staat zijn. Ik zal jullie zeggen voor wie je bang moet zijn. Wees bang voor hem die de macht heeft om iemand niet alleen te doden maar ook in de Gehenna te werpen. Ja, ik zeg jullie, wees bang voor hem! Wat kosten vijf mussen? Bijna niets. Toch wordt er niet één door God vergeten. Zelfs de haren op jullie hoofd zijn alle geteld. Wees niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen. Ik zeg jullie: iedereen die mij erkent bij de mensen, zal ook door de Mensenzoon worden erkend bij de engelen van God. Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal verloochend worden bij de engelen van God. 10 En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie lastertaal spreekt tegen de heilige Geest zal niet worden vergeven. 11 Wanneer ze jullie voor de synagogen en de autoriteiten en het gerecht slepen, vraag je dan niet bezorgd af hoe of waarmee je je moet verdedigen of wat je moet zeggen, 12 want de heilige Geest zal jullie op dat moment ingeven wat je moet zeggen.’

Terug naar begin

Zaterdag 31-07-2010

Psalmen 49

Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm.

Hoor, alle volken,
luister, bewoners van de wereld,
mensen, kinderen van Adam,
rijk en arm, iedereen.

Mijn mond spreekt wijze woorden,
diepzinnig is wat mijn hart overpeinst,
ik heb een open oor voor raadselspreuken,
bij het spel op de lier onthul ik een geheim.

Waarom zou ik vrezen in slechte tijden,
als ik door uitbuiters word omringd,
die vertrouwen op hun vermogen
en pronken met hun rijkdom?

Geen mens kan een ander vrijkopen,
wat God vraagt voor een leven, is niet te betalen.
De prijs van het leven is te hoog,
in eeuwigheid niet op te brengen.
10 Onmogelijk dat iemand voor altijd zou leven,
de kuil van het graf nooit zou zien.

11 Dit zien we: wijze mensen sterven,
maar ook dommen en dwazen vergaan
en laten hun vermogen achter.
12 Het graf is hun eeuwig thuis,
hun woning van geslacht op geslacht,
ook al stond er veel land op hun naam.
13 Nee, een mens, hoe rijk ook,
ontkomt niet aan het duister,
hij is als een dier dat wordt afgemaakt.

14 Dit is het lot van wie op zichzelf vertrouwen,
zo vergaat het wie zichzelf graag horen: sela
15 als schapen verblijven zij in het dodenrijk,
en de dood is hun herder.

In de morgen vertrappen de oprechten hun graf,
hun lichaam teert weg in het dodenrijk en vindt geen rust.
16 Maar mij zal God vrijkopen uit de macht
van het dodenrijk, mij zal hij wegnemen. sela

17 Wees niet bevreesd als iemand rijk wordt,
een groter huis heeft en meer weelde.
18 Want bij zijn dood kan hij niets meenemen,
zijn weelde volgt hem niet in het graf.

19 Ook al prijst hij zich gelukkig met zijn leven
– wie roemt je niet in je voorspoed? –,
20 hij zal zich voegen bij zijn voorgeslacht,
bij hen die het licht nooit meer zullen zien.
21 Een mens zonder inzicht, hoe rijk ook,
is als een dier dat wordt afgemaakt.
 
 

Terug naar begin

 

Start ]

Monitored by BelStat - Your Site Counts
Copyright © 2010 Geloof jij in de bijbel?